Euthanasie: niet langer een taboe

Euthanasie, een zwaar beladen onderwerp dat langzaamaan uit de taboesfeer kruipt. Met deze pagina willen we duidelijkheid brengen in de juiste definitie van euthanasie, het waarom van euthanasie, de wet- en regelgeving voor euthanasie in België, de ethische vraagtekens rond dit onderwerp en tot slot de gebruikte methodes.

U wilt euthanasie? Contacteer ULTeam: 078 05 01 55

Wat is euthanasie?

Euthanasie is het opzettelijk levensbeëindigend handelen door een andere dan de betrokkene, op diens uitdrukkelijk verzoek. Dat betekent dat je niet zomaar na een vraag van een patiënt ‘een spuitje’ kan geven om zijn leven te beëindigen. Het leven van iemand beëindigen is immers nog steeds een misdrijf.

In België, Nederland en Luxemburg heeft de wetgever echter duidelijk bepaald dat het geen misdrijf is om het leven van iemand te beëindigen als je dit doet onder welbepaalde voorwaarden en volgens een welbepaalde procedure. Het zijn de enige landen binnen de Europese Unie waar euthanasie wettelijk geregeld is.

Euthanasie is ook geen recht. Elke meerderjarige en sinds kort ook minderjarige heeft in België het recht om euthanasie te vragen, maar hij/zij kan het niet eisen.

Palliatieve sedatie, een vorm van euthanasie?

Palliatieve, terminale of gecontroleerde sedatie is het in een diepe slaap brengen van een (terminale) patiënt. Het doel hierbij is het verlichten van het lijden. Het verlagen van het bewustzijn is een middel om dat te bereiken. Meestal is er sprake van voortdurende sedatie tot aan het overlijden. Maar in sommige gevallen kan sedatie kortdurend of met onderbrekingen toegepast worden. Meestal krijgt de patiënt tijdens palliatieve sedatie ook geen vocht of voeding meer omdat het geen zin meer heeft en zelfs gevaarlijk kan zijn.

Palliatieve sedatie is dus niet hetzelfde als euthanasie. Bij palliatieve sedatie gaat het om een bestrijding van symptomen en pijn naar het levenseinde toe en niet om een beëindiging of een opzettelijke verkorting van het leven. Voor euthanasie moet er steeds toestemming gevraagd worden, hetzij door de patiënt als die wilsbekwaam is en niet onomkeerbaar buiten bewustzijn. Hetzij door de familie als de toestand van de patiënt zo slecht is dat hij/zij dit zelf niet meer kan vragen.

Voor de familie (en de patiënt) is het belangrijk te beseffen dat als er eenmaal begonnen is met palliatieve sedatie, de communicatiemogelijkheden erg beperkt (bij tijdelijke sedatie) of onmogelijk worden (bij aanhoudende sedatie). Als er nog zaken moeten besproken worden over bijvoorbeeld de nalatenschap dient dit op voorhand te gebeuren.

Wilsverklaring euthanasie

Je kan jouw wil over het levenseinde uitdrukken in een zogenaamde wilsverklaring, voor het geval je zelf niet meer in staat bent om je wil duidelijk kenbaar te maken, bijvoorbeeld door een coma of wanneer je onomkeerbaar buiten bewustzijn bent. In een wilsverklaring euthanasie kan een nog wilsbekwame patiënt (die in staat is om zijn wil te uiten) expliciet verzoeken om bij hem euthanasie toe te passen.


Download de wilsverklaring euthanasie

Argumenten voor euthanasie

Er zijn verschillende redenen waarom iemand voor euthanasie kiest. De meeste verzoeken om euthanasie zijn afkomstig van wilsbekwame mensen die ondraaglijk en uitzichtloos lijden en die een zelfgekozen dood als enige uitweg beschouwen. Bijvoorbeeld kankerpatiënten die in de laatste fase van hun lijdensweg om euthanasie vragen. Naast puur fysieke pijn, kan een patiënt ook euthanasie aanvragen omwille van ondraaglijke psychische pijn(en): paniekaanvallen, depressie, angst of emotionele uitputting.

Wilsonbekwame patiënten kunnen nooit om euthanasie vragen. Met wilsonbekwaamheid bedoelen we dat iemand niet meer in staat is om zijn wil te uiten. De enige uitzondering hierop is een persoon die in een onomkeerbare coma is terechtgekomen en die (max. 5 jaar) op voorhand hiervoor een wilsverklaring euthanasie heeft ingevuld. Bij deze persoon kan wel euthanasie gepleegd worden, want het was op eigen vraag toen hij/zij nog wilsbekwaam was.

Euthanasiewet België

In België is euthanasie geregeld in de Euthanasiewet van 28 mei 2002. Op 23 september 2002 is deze wet in werking getreden. Deze wet beschrijft duidelijk de voorwaarden waaronder het opzettelijk beëindigen van het leven mag plaatsvinden zonder dat dit als een misdrijf wordt beschouwd. Er gelden in België (maar ook in Nederland en Luxemburg) zgn. ‘zorgvuldigheidseisen’ of voorwaarden waaraan een geval van euthanasie moet voldoen:

  • Euthanasie moet steeds door een arts gebeuren. Een verpleegkundige of een familielid kunnen dus geen euthanasie uitvoeren. De arts moet zeker zijn dat de patiënt op het ogenblik dat hij zijn wilsverklaring euthanasie invult handelingsbekwaam (in staat om zijn rechten uit te voeren) en bewust is.
  • De arts moet zeker zijn dat de patiënt zich in een medisch uitzichtloze toestand bevindt van aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden en dat dit het gevolg is van een ernstige en ongeneeslijke, door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening.
  • De arts moet steeds het advies vragen van een andere arts die onafhankelijk is, zowel ten opzichte van de patiënt als ten opzichte van de behandelende arts.
  • Als de arts van mening is dat de patiënt niet binnen afzienbare tijd zal overlijden, moet hij een tweede arts raadplegen. Die tweede arts moet bovendien psychiater of specialist zijn in de aandoening waaraan de patiënt lijdt.
  • Er moet minstens één maand zitten tussen het schriftelijk verzoek van de patiënt en het toepassen van de euthanasie (bij niet-terminale patiënten).
  • Bij het (lang op voorhand) invullen van een wilsverklaring euthanasie moet de aanvrager 2 getuigen (waarvan 1 geen materiële binding heeft met de aanvrager) laten tekenen voor zijn verzoek om euthanasie in geval hij niet wilsbekwaam meer is. Bij een plots verzoek om euthanasie (dus niet op voorhand) moet de patiënt dit ook steeds schriftelijk vastleggen. Dit mag zelfs op een bierviltje zijn. Als het maar eigenhandig geschreven is door de patiënt en voorzien is van een datum en een handtekening. Het verzoek om euthanasie hoeft in dat geval dus niet op een officieel document worden neergeschreven.

Euthanasie bij kinderen

Op 27 november 2013 heeft de verenigde commissie Justitie en Sociale Zaken van de Senaat met een wisselmeerderheid ingestemd met de uitbreiding van de bestaande euthanasiewet tot wilsbekwame minderjarigen.

De tekst die in deze commissie werd goedgekeurd, breidt de bestaande euthanasiewet uit tot wilsbekwame minderjarigen die ondraaglijk en uitzichtloos fysiek lijden. Het wetsvoorstel voorziet dat bij een niet-ontvoogde minderjarige het advies nodig is van een jeugdpsychiater of psycholoog. De ouders of wettelijke vertegenwoordiger(s) (voogd) moeten hun akkoord geven over het verzoek van de minderjarige patiënt. De partijen waren het eens over 4 aanpassingen van de huidige euthanasiewet:

  • de invoering van een onbeperkt geldige wilsbeschikking
  • een expliciete doorverwijsplicht voor artsen die zelf geen euthanasie willen uitvoeren
  • de bepaling dat zorginstellingen hun artsen niet mogen verhinderen om aan euthanasie mee te werken
  • de mogelijkheid van euthanasie bij wilsbekwame minderjarigen

Volgens de oorspronkelijke wet kunnen alleen volwassenen euthanasie vragen. Daardoor kan een 18-jarige die ondraaglijk lijdt wel geholpen worden maar een 17-jarige niet. Hoewel het maar heel weinig voorkomt dat een kind of tiener euthanasie vraagt, hadden veel Belgische artsen het moeilijk met die ongelijkheid.

Door goedkeuring van de uitbreiding van de Euthanasiewet is er voortaan geen leeftijdsgrens meer en geeft de 'mentale leeftijd' van de betrokkene de doorslag. Een psychiater of psycholoog moet dan nagaan of de minderjarige in staat is de gevolgen van zijn verzoek in te schatten. In tegenstelling tot volwassenen zullen minderjarigen geen euthanasie kunnen vragen wegens zware psychische problemen.

Op 12 december 2013 keurde de Senaat de uitbreiding van de euthanasiewet naar oordeelsbekwame minderjarigen goed. Op 31 januari 2014 deed de Kamercommissie Justitie hetzelfde. Tot slot keurde de regering op 13 februari 2014 de uitbreiding van de euthanasiewet naar minderjarigen goed met een grote meerderheid. Koning Filip heeft op 2 maart 2014 zijn handtekening gezet onder de wet die euthanasie uitbreidt naar wilsbekwame minderjarigen.

Ethische vragen bij euthanasie

In België is er dus een wettelijk kader voor het plegen van euthanasie. In heel wat andere landen is euthanasie echter nog altijd taboe. Bepaalde organisaties protesteren nog altijd wereldwijd tegen de wetten die vormen van euthanasie toelaten.

De meeste van die organisaties houden vast aan de ‘heiligheid van het leven’. Ze zetten zich af tegen euthanasie op ethische, filosofische en religieuze gronden. Deze tegenstanders zien het als een immorele daad als de mens zichzelf van het leven berooft of laat beroven.

Ook de Katholieke Kerk beschouwt euthanasie als een handeling die de dood ‘bewerkt’ en daarom als een moord en een misdaad tegen het leven. Ze beschouwt het recht op leven vanaf de conceptie tot aan het natuurlijke einde één van de fundamentele mensenrechten. De Katholieke Kerk is wel voor het gebruik van pijnstillende middelen om het lijden van een stervende ‘lichter’ te maken, zelfs als dit het leven verkort. Dit mag wel niet de dood tot gevolg hebben.

Eén van de argumenten die tegenstanders van euthanasie gebruiken tegen wetten die euthanasie legaliseren, is dat de waarde en de waardigheid van een mens door deze wetten niet langer gebonden is aan het feit dat hij bestaat, maar aan wat genoemd wordt ‘de kwaliteit van zijn leven’. Tegenstanders van euthanasie zeggen ook dat de legalisering van euthanasie een wettelijke vrijgeleide kan inhouden voor hulp bij zelfdoding en dat de methodes die gebruikt worden in de palliatieve zorg zodanig vergevorderd zijn dat bijna niemand nog in ondraaglijke pijn hoeft te leven en te sterven.

Sommige voorstanders van euthanasie menen dan weer dat het lijden een subjectief gegeven is waarvoor geen objectieve parameters bestaan. Wie niet de ‘controleur’ is van zijn eigen (onoverkomelijke) dood, laat zijn levenseinde dus afhangen van anderen. Daarmee vergroot volgens hen het gevaar dat nodeloos leed te lang gerekt wordt.

Hoewel in een beperkt aantal landen, zoals België en Nederland, de meerderheid van de bevolking voorstander is van het legaliseren van euthanasie, wordt er binnen het jodendom en het christendom kritiek geuit op deze wetten. De bisschoppen van de Belgische Kerkprovincie publiceerden op 16 mei 2002 een gezamenlijke verklaring waarin euthanasie afgekeurd wordt en palliatieve zorg als alternatief voor het opzettelijk doden naar voren wordt gebracht.

Volgens een studie uit 2008 van de Vrije Universiteit Brussel, gepubliceerd in het medisch tijdschrift British Medical Journal, zijn euthanasie en palliatieve zorg in België wederzijds versterkend geweest.

Gebruikte methodes

Hoe gaat euthanasie praktisch in zijn werk? Bij euthanasie wordt het leven van de patiënt beëindigd door middel van het in een ader toedienen van een dodelijk middel. De arts gebruikt hiervoor stoffen (euthanatica) die een dubbel gebruik hebben. Als ze gebruikt worden zoals oorspronkelijk bedoeld, zijn ze niet dodelijk. Door overdosering of door het nalaten van bepaalde handelingen veroorzaken zij wèl de dood.

De arts wekt eerst een coma op door overdosering van een krachtig barbituraat (middelen met een sterk dempend effect op het centrale zenuwstelsel). Daarna wordt een spierverslappend middel toegediend dat een ademhalingsstilstand veroorzaakt. Door het zuurstoftekort in de hersenen overlijdt de patiënt vervolgens binnen enkele minuten, hoewel in zeldzame gevallen het hart pas na 20 minuten geheel stopt met functioneren.

De te euthanaseren persoon kan ook zelf het barbituraat innemen (hulp bij zelfdoding). Deze methode wordt afgeraden in verband met de onvoorspelbaarheid van de werking van de medicatie en mogelijke innameproblemen bij de patiënt. Als er toch voor deze methode wordt gekozen dan kan de patiënt een elixer met 15 gram pentobarbital of secobarbital opdrinken. Deze stoffen veroorzaken naast een diepe coma tevens een ademhalingsstilstand waardoor de patiënt zal overlijden.

Het tijdsverloop tussen inname en het tijdstip van overlijden is in verreweg de meeste gevallen minder dan 30 minuten. Het advies is om patiënten die niet binnen 2 uur na inname zijn overleden alsnog actief de eerder genoemde medicatie toe te dienen.

Met dank aan Prof. dr. Manu Keirse voor nazicht van dit dossier.

Bron: Later begint vandaag – Manu Keirse – Lannoo – ISBN 978 90 209 9564