Ouderen rouwen niet anders dan jongeren. Maar door hun levensfase zijn er wel een heel aantal factoren die hun rouw aanzienlijk kunnen verzwaren, zoals multipel verlies, gebrek aan sociale steun en weinig toekomstperspectief.
‘Rouw stopt niet omdat iemand ouder is. Liefde stopt tenslotte ook niet’.
Ouderen (65-plussers) kunnen geconfronteerd worden met een waaier aan veranderingen en verlieservaringen in verschillende levensdomeinen, zoals:
Het gevaar bestaat dat de oudere al deze verliezen op een bepaald moment niet meer aankan. Dit kan leiden tot het multipel verlies syndroom, met als mogelijke gevolgen:
Rouwende ouderen worstelen soms met hun zelfbeeld. Ze voelen zich minder gezien en gewaardeerd. Ze vragen zich af wat er met hen zal gebeuren, hoe de toekomst er zal uitzien, hoe hun rouw gaat evolueren of wat de zin is van het verdere leven.
Rouwen betekent dus voor ouderen dat ze terug op zoek moeten naar hun identiteit en beslissen welke waarden nu voor hen belangrijk zijn. Ook gaan ze gaandeweg manieren ontdekken om terug zin te geven aan hun bestaan. Zoals een intenser contact met (klein)kinderen of broers/zussen, de verwezenlijking van een wens die gedeeld werd met de overledene of het opnemen van hobby’s of passies.
Doordat ouderen al veel verlieservaringen hebben gekend, gaan we er onterecht vanuit dat ze goed kunnen omgaan met rouw.
De dood van de partner is één van de meest ingrijpende gebeurtenissen bij ouderen:
Ondanks de zware impact van het partnerverlies op de oudere, ontbreekt vaak gepaste steun. Soms wordt bij het nemen van beslissingen ook geen rekening gehouden met de wensen van de oudere. Hiervoor zijn verschillende mogelijke oorzaken:
Een luisterend oor, bewust wat tijd maken, wat praktische hulp kunnen veel betekenen voor een oudere in rouw.